In gesprek over het geloof op de tribune: 'Bij de Bunnikside vond ik mijn familie'

© Kees van Ekris / RTV Utrecht
Utrecht - "Als we hadden verloren, was ik dagen niet aanspreekbaar. Met Amsterdammers praatte ik niet en soms vochten we met andere supporters." Michel Dickhoff groeide op in Zuilen en Ondiep en ging vanaf zijn tiende naar de Bunnikside. Tegenwoordig combineert hij FC Utrecht met zijn studie levensbeschouwing. Reden voor Dickhoff om de theoloog des vaderlands, Kees van Ekris, uit te nodigen op de tribune: hoe vind je het hogere op de Bunnikside?
Tienduizenden condoleances, het supportershome dat zijn naam draagt en niemand bij FC Utrecht die nog met nummer vier speelt. Hoe er om werd gegaan met de dood van FC Utrecht-speler David di Tommaso in 2005, is kenmerkend voor de supporters van FC Utrecht als ruige, maar sentimentele gasten. Aldus theoloog des vaderlands Kees van Ekris. Hij nam, op uitnodiging van Michel Dickhoff, een kijkje op de Bunnikside: "Er zijn meer raakvlakken tussen voetbal en geloof dan we denken."

Uitnodiging op de tribune

Michel vond bij de Bunnikside zijn familie, een verbondenheid die hij nodig had als kind. "Voor het eerst voelde ik dat mensen voor me opkwamen. Je bent onderdeel van een grotere groep." Ook als kind spraken levensbeschouwing en geloof hem al aan. Maar in zijn omgeving was het ongewoon om te studeren of met het geloof bezig te zijn. Dus deed Dickhoff dat ook niet.

November vorig jaar werd Zeistenaar Kees van Ekris benoemd tot theoloog des vaderlands. Dit jaar gaat hij met tien mensen een dag optrekken om "te kijken en voelen wat de druk en vragen van de samenleving betekenen in het individuele leven." Zijn eerste stop: naar de Bunnikside van FC Utrecht met student levensbeschouwing Michel Dickhoff.

Tot hij tien jaar geleden op 39-jarige leeftijd toch de stap waagde en begon aan de studie docent levensbeschouwing. Met zijn FC Utrecht-tatoeages keken zijn medestudenten in het begin soms wel gek op. Nu combineert hij het geloof met zijn liefde voor voetbal. Dus toen theoloog Van Ekris benoemde dat hij graag een kijkje wilde nemen bij de supporters van Ajax, nodigde Dickhoff hem uit. "Toen dacht ik: kom dan maar langs bij Utrecht."
Het zingen, aanbidden van spelers, bepaalde rituelen voor de wedstrijd, theoloog Van Ekris zag meteen een overeenkomst met het geloof. "Zij zeggen ook: Zondag is onze dag. Op deze dag vergeten de supporters hun sores van de afgelopen week."

Rauwe gevoelens

Dit zag Dickhoff ook bij de bekerwedstrijd tegen Spakenburg. "Op zo'n moment schaam je je dood dat je van hen verliest. Maar dat doe je wel samen. Je lacht en huilt samen." Hij vergelijkt het met een dienst in de kerk, wat je ook heel intens met elkaar kan beleven, zegt de supporter.
Van Ekris was onder de indruk tijdens zijn bezoek aan de staantribune. "Het was een mengelmoes van alle nationaliteiten, van studenten tot arm en rijk." Ook had de theoloog verwacht dat het er agressiever aan toe zou gaan, maar dat viel mee. Volgens Dickhoff was hij te gast op de "veiligste tribune die er is."
Het grote verdriet van een verlies, tegenover de enorme blijdschap bij winst, is een blijk van rauwe uiting van je gevoelens, volgens de theoloog. De gevoelens van de voetbalsupporters zitten aan de oppervlakte. "Op de tribune heb ik geleerd dat je soms die rauwheid beter kan uiten dan kan opkroppen."

Haat en naastenliefde

Michel Dickhoff probeert juist wat gematigder te leven. "Sommige dingen kan je moeilijk volhouden als gelovig mens. Mensen van de andere tribune haten, en naastenliefde en medemenselijkheid gaat niet samen." Juist die naastenliefde gaat hem best goed af: tegenwoordig is hij zelfs bevriend met een Ajacied. Dat heeft het geloof hem gebracht.
Het zijn vooral de positieve dingen die Dickhoff noemt als hij het over zijn FC Utrecht heeft. Het belangrijkste wat de Bunnikside hem heeft gebracht? "Zelfwaarde, opkomen voor mezelf en het familiegevoel."
De verbondenheid die hij voelt op de tribune, ziet Dickhoff steeds minder in zijn stad. De Bunnikside is voortgekomen uit de Utrechtse volkswijken. Door de stijgende huizenprijzen en dure renovaties worden deze buurten steeds onbetaalbaarder. Voor Dickhoff, die zichzelf een echt Utrechts jochie noemt, is dit lastig om te zien. Op de tribune is dit anders, daar komt iedereen samen en begrijpen ze nog de Utrechtse humor. "Nergens waar ik me meer Utrechts voel dan op de Bunnikside."