Studentenorganisaties vrezen het ergste bij stopzetten extra €164,50

© Instagram @indiajoyprosser
Utrecht - Een vervijfvoudiging van de rente, een alsmaar duurder wordend leven en een stijging van het collegegeld: de student zit al krap en dreigt er met het stopzetten van de tijdelijke koopkrachtmaatregel opnieuw op achteruit te gaan. Studentenorganisaties luiden de noodklok.
Deze week wordt er in de Tweede Kamer gestemd over het voortzetten van die koopkrachtmaatregel. Die was in het leven geroepen om de inflatie te compenseren, studenten kregen €164,50 extra per maand bovenop op hun basisbeurs. Het stopzetten zou een harde klap zijn, schrijven studentenorganisaties LSVb, ISO en JOBmbo.

Licht op groen

"De koopkrachtmaatregel erkende juist dat de financiële druk op studenten uit de hand liep", betoogt Elisa Weehuizen van de LSVb. "Nu wordt deze ondersteuning weggenomen terwijl de kosten alleen maar stijgen. Je kunt zo niet tegen studenten zeggen dat je hun bestaanszekerheid serieus neemt." De organisaties halen een berekening van de Sociaal-Economische Raad (SER) aan om te illustreren hoe krap de gemiddelde student komt te zitten als de regeling verdwijnt.
In 2021 rekende de SER voor dat een basisbeurs €476 (basisbeurs is nu €300+€164,50) nodig is om rond te komen zonder financiële druk, op voorwaarde dat er ook 12 uur per week gewerkt wordt. De berekening is overigens gedaan voordat er achtereenvolgens 10 en 3,1 procent inflatie was in 2022 en 2023.
Het voorstel van D66 en de SP om de maatregel in ieder geval nog één jaar door te zetten is in de ogen van de organisaties dan ook cruciaal. "De studenten staan weer voor een oranje stoplicht dat op rood dreigt te gaan. Zet het licht op groen en laat ons in ieder geval nog een jaar zonder financiële druk studeren."