Rechter: provincie Utrecht en Qbuzz hadden tramaanslag, en dus ook geestelijk letsel, niet kunnen voorkomen

© RTV Utrecht / Marijn van Gelder
Utrecht - De provincie Utrecht en vervoersmaatschappij Qbuzz zijn niet verantwoordelijk voor geestelijk letsel bij nabestaanden van de tramaanslag. Volgens de rechtbank hadden de vervoerder en trameigenaar de aanslag niet kunnen voorkomen.
Bij de tramaanslag op 18 maart 2019 kwamen vier mensen om het leven nadat Gökmen T. in de tram het vuur opende. Het lukte meerdere reizigers om via één van de deuren naar buiten te vluchten, maar een andere deur in het tramstel ging niet open. Ook deed een monitor bij de bestuurder van de tram het niet.
Om toch de tram te kunnen verlaten, werd een ruit ingetrapt. Een man liet eerst andere mensen voor gaan voordat hij zelf de tram uit probeerde te springen, maar hij werd op dat moment door T. geraakt en overleed ter plekke aan zijn verwondingen. De nabestaanden van deze man hadden een zaak aangespannen tegen Qbuzz en de provincie omdat zij in hun ogen nalatig waren geweest.

Juiste knop

Volgens de rechtbank is het overlijden van de man niet te wijten aan onrechtmatig handelen of nalatigheid van de vervoerder en de eigenaar van de tram. In een noodsituatie kunnen passagiers altijd zelf de deuren openen door op daarvoor bedoelde knoppen te drukken, zoals bij de andere deur in het tramstel wel gebeurde. Uit forensisch onderzoek blijkt dat ook de gesloten deur op die manier geopend had kunnen worden, maar dat de reizigers niet op die knop hebben gedrukt.
Daarnaast vonden de nabestaanden ook dat de vervoerder en trameigenaar verantwoordelijk waren voor een defecte monitor bij de bestuurder van de tram. Als die had gewerkt, had de trambestuurder kunnen zien wat er gebeurde en was dan niet verder gereden. Ook daar gaat de rechtbank niet in mee. Volgens de rechter is op die beelden alleen het in- en uitstappen van passagiers te zien en had een werkende monitor de aanslag dus niet kunnen voorkomen.