Crackverslaafde verdachte na knullige overvallen in Utrecht: 'Ik voelde zo'n zucht, zo'n enorme trek'

© Ingezonden foto
Utrecht - Moet een verslaafde Utrechter na knullige pogingen om een supermarkt en een drogisterij te overvallen in de cel blijven of zo snel mogelijk behandeld worden voor zijn psychiatrische problemen en zijn verslaving? Dat is de belangrijkste vraag die de Utrechtse rechtbank moet beantwoorden over de 45-jarige F.D. die op 28 juni de medewerkers van de Albert Heijn en de Trekpleister in winkelcentrum Lunetten met een groot keukenmes de stuipen op het lijf joeg.
Hij hoopte een paar honderd euro buit te maken, maar vertrok uiteindelijk beide keren zonder buit. En toen hij later die dag op zijn fiets stapte, om een nieuwe poging te wagen om dezelfde supermarkt te beroven, werd hij door de politie opgepakt.

Enorme trek

"Ik ben verslaafd aan crack-cocaïne. Ik had weinig geld te besteden en had die dag maar een klein beetje drugs gehaald. Maar ik voelde zo'n zucht, zo'n enorme trek. Toen heb ik een mes uit de keuken gepakt en ben ik naar het winkelcentrum gefietst", vertelde D. in de rechtszaal, die vanochtend grotendeels was gevuld met scholieren.
De man was 's ochtends bij AH naar binnen gelopen en ging eerst naar de servicebalie. Met zijn capuchon over zijn hoofd en een zonnebril en een mondkapje voor zijn gezicht had hij zich onherkenbaar gemaakt. "Hier met je geld", had hij geroepen terwijl hij het mes uit de tas haalde en voor zich hield. Maar de baliemedewerker weigerde hem geld te geven.
Daarom liep hij met het grote keukenmes naar een caissière die geschrokken wat geld uit haar kassa op de loopband gooide. Maar haar collega van de servicebalie kwam achter haar staan, sloot de lade en zei resoluut: "Dat gaan we niet doen, je krijgt niets." De bibberende overvaller nam de benen en ging naar huis.

Tweede overval

Na "twee uur sigaretjes roken" werd de zucht naar crack toch weer te groot en besloot hij een nieuwe poging te wagen bij de Trekpleister. Een kassamedewerkster was bezig een cadeautje voor een klant in te pakken. Kort daarvoor hadden ze het nog gehad over de overval die ochtend bij de Albert Heijn en toen ze opkeek zag ze de overvaller met het grote mes voor zich staan.
"Maak de kassa open, ik wil geld", riep hij. Hij maakte volgens haar een verwarde indruk. De verkoopster schrok enorm, maar ze bleef goed naar de man kijken om zijn signalement aan de politie door te kunnen geven. Ze zei dat er geen geld was, want bij deze drogist verdwijnt het contante geld direct in een kluis.
Het is een winkel, jullie hebben toch geld?
overvaller
De medewerkster en haar bedrijfsleider lieten de overvaller de lege lades van de kassa zien. "Het is een winkel, jullie hebben toch geld? Geef dan de kassa of iets anders", riep hij nog. Maar uiteindelijk liep hij zonder buit de zaak uit. "Dag!", zei hij nog als afscheid. De medewerkers hadden tijdens de overval de alarmknop ingedrukt, maar de politie was te laat.
D. vertelde in de rechtbank dat hij later die dag "op het stomme idee kwam" om nog een poging te wagen bij Albert Heijn. "Ik dacht er staan nu andere medewerkers, dus nu zal het wel lukken. Het is vijf minuten fietsen, maar halverwege kwam de politie me tegemoet rijden." Hij dacht dat hij onherkenbaar was, maar de politie kende hem en hij droeg nog dezelfde kleding.

Psychotisch

Deskundigen hebben bij de verdachte een psychotische stoornis vastgesteld. Het jarenlange gebruik van harddrugs heeft de nodige schade aangericht. Sinds zijn aanhouding een half jaar geleden zit hij in voorarrest. Tijdens de rechtszaak maakte hij een matte indruk door de zware medicijnen die hij tegen zijn psychoses moet slikken.
De reclassering adviseert om de man voor behandeling in een kliniek op te laten nemen. Daarna zouden beschermd wonen en een verdere behandeling ervoor moeten zorgen dat hij van de drugs afblijft en zijn leven weer opbouwt. Er zijn lange wachtlijsten voor zo'n behandeling, maar voor D. bleek onverwacht een plek te zijn gevonden waar hij overmorgen terecht kan.

Langer in cel blijven

Ook de officier van justitie vindt dat D. een behandeling nodig heeft om te voorkomen dat hij in de toekomst opnieuw in de fout gaat, maar zij vindt het niet passend dat hij na zo'n ernstig misdrijf na een half jaar cel al richting hulpverlening gaat. Het Openbaar Ministerie eist twee jaar cel, waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.
Het OM vindt dat de rechtbank D. moet verbieden om de komende jaren bij het winkelcentrum in de buurt te komen. De drogisterijmedewerkers hebben psychisch een flinke tik gekregen door de overval. Ze hebben last van herbelevingen en slapeloosheid en eisen allebei een schadevergoeding voor wat D. hen heeft aangedaan.
Je moet het ijzer smeden nu het nog gloeiend heet is.
advocaat

Gloeiend heet

"Mijn cliënt is heel blij dat hij overmorgen naar een kliniek kan. We weten niet of die plek over een half jaar nog vrij is, of dat hij met zijn AH-tasje vanuit de gevangenis op straat wordt gezet", waarschuwde zijn advocaat na de strafeis van het OM . "Je moet het ijzer smeden nu het nog gloeiend heet is."
Volgens de advocaat is het een van de belangrijkste doelen van strafrecht om te voorkomen dat een verdachte opnieuw een misdrijf pleegt. Zij vroeg de rechtbank daar rekening mee te houden bij het vonnis. Ook de aanwezige slachtoffers hebben gezegd dat ze hopen dat D. hulp krijgt. Zij hebben er geen problemen mee als hij snel naar een kliniek gaat.
De rechtbank besliste uiteindelijk dat D. overmorgen vanuit de gevangenis naar de kliniek gaat. Wat voor straf hij uiteindelijk krijgt, wordt over drie weken duidelijk bij de uitspraak.