Middeleeuwse oplossingen voor alledaagse problemen: haal geitenhersens door een gouden ring

© Uitgeverij Verloren
Utrecht - Wat doe je als je buikpijn krijgt van de verbouwings-stress? Hoe krijg je een baby met nachtmerries in slaap? En hoe zorg je dat je sieraden er duurder uitzien dan ze zijn? Het onlangs verschenen boek De Inventieve middeleeuwen staat vol met praktische oplossingen voor problemen die wij ook nog kennen. Of we er in de praktijk echt veel aan hebben is de vraag: "Probeer dus niets uit dit boek zelf uit!"
De waarschuwing op de titelpagina staat er niet voor niets. Een kind met nachtmerries moet bijvoorbeeld behandeld worden met geitenhersens die door een gouden ring zijn gehaald. En ook de gemalen druivenwortel en honing die je een paar dagen als crème op moet smeren voor een stralend gezicht, is misschien niet helemaal veilig.
"We hebben de waarschuwing er voor de zekerheid maar bij gezet", vertelt de Utrechtse docent vroegmiddeleeuwse geschiedenis Carine van Rhijn, mede-auteur van het boek. Als het goed is snapt de lezer snel genoeg dat het geen handleiding is voor een beter en rijker leven op basis van vergeten manuscripten. Je moet het meer zien als een gids voor de belevingswereld van de vroege middeleeuwer, die stiekem meer op ons lijkt dan we misschien wel eens denken.
"Je zou bijna vergeten dat die mensen ook een dagelijks leven hadden. Met zieke kinderen, zieke koeien, kwaaltjes en reizen die ze moesten maken. Met de mogelijkheden die ze hadden, waren ze ook ongelooflijk creatief bezig, bij het zoeken naar oplossingen voor dagelijkse problemen."

Duister en primitief

De periode tussen 500 en 1000 n. chr. staat bekend als één van de meeste duistere en primitieve perioden die Europa ooit gekend heeft, met plunderende Vikingen en ploeterende scharrelaars in een decor van veel modder. Dat beeld is niet terecht en zeker niet compleet, maar overheerst wel in series, films en videogames. Dit boek moet de gewone middeleeuwer weer wat dichterbij brengen, met de recepten die ze hadden, of de middeltjes die ze gebruikten. Probleem is alleen dat je flink moet zoeken om die te vinden.
"We hebben op zich best veel materiaal", zegt Van Rhijn. "Misschien wel tienduizend manuscripten. Maar alle dagelijkse oplossingen zitten verstopt in de marges van andere verhalen. Of midden in een tekst of in de kantlijn. Op een lege bladzijde van een bijbel, bijvoorbeeld, kon je nog prima een recept kwijt."

In de kantlijn

Dat ze zoiets indertijd ook echt opschreven, geeft meteen het belang aan. Manuscripten waren buitengewoon kostbaar en dat verspil je liever niet aan het verkondigen van onzin. Een monnik die een middel voor aambeien beschrijft in de kantlijn van een boek over kerkvader Augustinus is er waarschijnlijk heilig van overtuigd dat het middel ook echt helpt.
"We hebben met studenten wel eens uitgerekend hoe duur een boek toen was. Een bijbel bijvoorbeeld is omgerekend naar het prijsniveau van nu net zo duur als een mooi huis in de Utrechtse binnenstad. Om aan al het perkament te komen dat nodig was voor zo'n boek moest je wel een kleine kudde aan schapen opofferen."

Zout op schapenbillen

Waar sommige middeltjes inmiddels bevreemdend werken, zijn andere oplossingen weer opvallend herkenbaar. Kleine monnikjes, bijvoorbeeld, moesten ook leren rekenen. Dat deden ze met vergelijkbare verhaaltjessommen als die ze nu op de basisschool krijgen. En het gebruik van herders om zout op de kont van een schaap te smeren, zodat ze niet zouden afdwalen, zou zo maar kunnen werken. "Schapen likken immers graag aan zout, als dit schaap een eigen afslag neemt, zullen er ongetwijfeld andere schapen achter haar aan lopen zodat ze niet in haar eentje verdwaalt."
Van Rhijn heeft nog geen herder gevonden om het te testen, net zo min als het verbranden van een wolvenkarkas, om zo de andere wolven op afstand te houden. "Ik heb één ding wel geprobeerd. Dat is een drankje om af te koelen als je het warm hebt in de zomer. Met water, gehakte munt en honing. Dat werkte echt."

Het boek is het resultaat van een project van 19 middeleeuws historici van de Universiteit Utrecht. Zij hopen dat we door de kleine verhaaltjes "in ieder geval iets zien van een wereld die allerminst duister, dom en primitief is." De oplossingen die in de kantlijn worden aangedragen, zeggen meer over de dagelijkse gang van zaken dan weer een beschrijving van een oorlog of een heiligenleven, zo is het idee.

Het boek met een behoorlijke vrolijke noot is niet per se eenvoudige kost. De lezer moet wel enigszins geïnteresseerd zijn in middeleeuwse geschiedenis.